Dungeons & Dragons excerpts

Ruhlein stories

The monks of the north

Vijf beginnende avonturiers werden ontboden door Lord Galguth, een half-orc handelaar uit het havenstadje Kawazoimura, op de grens met de Oostelijke gebieden. Lord Galguth's dochter Lady Wishear is ernstig ziek en omdat alle geneesmiddelen en magische geneeskrachten geen resultaat hebben is Galguth wanhopig opzoek naar een laatste redmiddel: het mythische Hart van Aethelred.

Een relikwie met zeer sterke genezende krachten, diep verborgen in de oude bergcomplexen van de Noordelijke gebieden. Deze zeer oude complexen zijn zo goed als verlaten na jaren van verval van de regerende machten. 

Galguth's enigste aanknopingspunt was dat het relikwie zich zeer waarschijnlijk ergens in het bergcomplex van Aethelred zelf bevond. De vijf avonturiers verzamelden zich in de Seaside Inn, Ohob (Woodelf Monk), Dracorian Wulgrax (Dragonborn Bloodhunter), Libelia (Woodelf Druïd), Vadani (Woodelf Ranger) en Jozef III (Human Paladin).
Ohob, nogal nors en weinig enthousiast, en Dracorian, die continu in een verwarde staat was, kwamen meteen al tot een conflict. De speer van Dracorian bewoog zich al naar de keel van Ohob maar die sloeg de speer meteen weg en jaagde zo Dracorian naar de andere kant van de inn.
Libelia, Vadani en Jozef III hielden zich eerst afzijdig maar wisselden dan toch enkele woorden met Ohob en Dracorian. De sfeer werd er niet meteen beter op maar niet veel later vertrekten ze toch naar hun eerste stopplaats in hun zoektocht: Kosaten.

Kosaten was als druk kruispunt op de banen tussen de belangrijkste steden van de Noordelijke gebieden, Libelia was als druïde en natuur-gebonden persoon meteen onder de indruk en soms nogal haar richting kwijt. Vadani deed het beter en gaf de verwarde Dracorian onder zijn voeten toen deze weeral eens probeerde ruzie te maken met Ohob.
De groep splitste zich tijdelijk op om de markt, de haven en de plaatselijke pub te doorzoeken naar iemand die meer wist over de route naar Aethelred. Dracorian kwam niet ver door zijn verwarde indruk die hij naliet bij de plaatselijke marktkramers.
Een handelaar helpte het drietal Vadani, Libelia en Jozef III vooruit met een onheilspellend nieuws over een wolvenroedel die het kortste pad naar Aethelred bemoeilijkte. Hij raadde hen ook aan om met een caravan mee te reizen via een omweg rond Yamazumi, het zou hen wel extra veel tijd kosten.
Ohob, die de plaatselijke pub dan toch niet binnenging, vond ergens een verhongerende halfling, weggestoken in een geïmproviseerde tent op het einde van een steegje. Hij boodt de halfling een deel van zijn gerooktvlees en een half brood aan in ruil voor alle informatie die de halfling kon opkomen. Ook hij waarschuwde voor een gevaarlijke wolvenroedel en voor een vervloekte berggids in de hoogtes van Aethelred.

De vijf vonden elkaar terug bij de caravan achter de markt, na informatie uit te wisselen beslisten ze om dan toch de korte weg door het bos te nemen. Libelia was er van overtuigd de wolven te kunnen benaderen en om te praten hen door te laten, ook Ohob herinnerde zich uit zijn ver verleden dat wolven niet altijd de grote boosdoeners zijn.
In het diepste van het bos kwamen ze dan ook de roedel tegen, eerst vijandig maar afwachtend probeerden de wolven de avonturiers uit het bos te jagen. Door hun intenties duidelijk te maken, dankzij Libelia haar capaciteit om met dieren te communiceren en Ohob zijn strenge blik richting Dracorian, overtuigden ze de wolven hen met rust te laten in ruil voor wat voedsel.
Na een wel zeer teleurstellende jacht van Vadani voor voedsel, wist Libelia toch nog genoeg ingrediënten te verzamelen voor een uitgebreide maatlijd. Ohob toonde zijn kookkunsten en iedereen ging met een voldaan gevoel gaan rusten.

De volgende dag geraakten ze zonder problemen uit het bos en kwamen aan bij de eerste splitsing van Aethelred. Door de inzichtelijke opmerking van Jozef III koos de groep niet voor het brede bergpad met de verse sporen maar voor het nauwere pad langs een diepe ravijn. Hij herinnerde zich de waarschuwing van de Halfling uit Kosaten over de vervloekte berggids en met een beetje logisch redeneren konden ze een ontmoeting met die gids vermijden. Een ingestorte brug bleek geen enkel probleem te zijn, al had Ohob het moeilijk met de gewaagde sprong van Vadani over de duizelingwekkend diepe kloof. Spoedig bereikten ze dan ook de eerste poort naar het bergcomplex. Een magische barrière blokkeerde echter de weg. Met Libelia haar intieme kennis van magie en Jozef III zijn observaties vonden ze vlug de manier om de barriére uit te schakelen en ging ze de diepe gangen van Aethelred's binnenste vertrekken in.

Ze stootten uiteindelijk op een gigantische stenen golem die het Hart van Aethelred beschermde. Een pittig gevecht werd Libelia bijna fataal maar dankzij de helende krachten van Jozef III en een interventie van Dracorian slaagden ze er toch in de golem te vernietigen en het relikwie te bemachtigen.

Lord Gulgath was hen zeer dankbaar voor de noodredding en genezing van lady Wishear en schonk hen elk een verfijnd magisch wapen gemaakt door een gerenomeerd orc smid.

Tales from the realms

The mines of Phandelver S01 E01

Vele avonturiers ontvingen een brief van de dwerg Gundren Rockseeker, met het verzoek om hem in de Dragon Sun Inn, langs de weg (Highroad) van Neverwinter naar Phanadalin te ontmoeten. Gundren heeft het in de brief over een lucratieve onderneming die, voor degene die bereid zijn, een mooie inkomst kan verschaffen. 

Vier avonturiers kwamen vier dagen later toe in de Dragon Sun, ze werden verwelkomt door de barman, een nogal norse dragonborn met een breed postuur, die een onmogelijke perceptie leek te hebben. Gundren was twee dagen eerder vertrokken met een nieuwe lijfwacht, een mens in zware pantser, naar de mijnen van Phandelver maar was dus nog niet terug gekeerd.

De vier vormden een zeer onconventionele en atypisch gezelschap, de dwerg Varric had duidelijk last van losse handen en een tekort aan respect voor privacy. De bard boself Merri en de rover Ronny sloegen het meteen in de drank waardoor ze er vlug nogal beschonken bijzaten. De menselijke cleric van Tyr, Gideon, was duidelijk de drank al wat meer gewoon en nam prompt de leiding over het gezelschap. Wat meteen nogal moeizaam verliep met dat Varric te pas en te onpas overal probeerde dingen te laten verdwijnen. Het leverde hem dan ook een pijnlijk gekneusde hand op toen de barman zijn hand wegsloeg bij een poging tot het ontvreemden van enkele achtergebleven munten op de bar.
NA een vlug overleg begonnen ze al eens wat informatie in te winnen bij de barman en bij de klanten in de taverne. Ze kwamen uiteindelijk uit op een vaste klant van de Inn: Znod Lib, een nogal verfromfraaide oude goblin, die merkwaardig beschaafd praatte. Hij vertelde de avonturiers (onder invloed van een charm van de bard Merri) dat Gundren ondertussen twee dagen geleden vertrokken is met een extra bodyguard, Sildar Hallwinter, naar Phandelver mines via de Triboar Trail. De rest van de avond werd nog even verstoord door een ondoordachte poging van Varric om een gesloten kamer op het eerste verdiep binnen te geraken. Een boze goliath krijger was net niet snel genoeg om Varric van zijn snode gewentes te ontdoen.

Na verdere informatie uit te delen besloot het viertal de door Gundren voorgeschoten kamer en ontbijt te nuttigen na een gemengd succesvolle nachtrust. Merri geraakte tot in de kamer maar viel pardoes in slaap net voor haar bed, Ronny die al in slaap lag tijdens het laatste gesprek was gewoon blijven liggen in de zetel aan de haard, Gideon had geen moeite om zijn kamer te vinden en tenslotte werd Varric naar de gemeenschappelijke low-budget kamer gewezen door de geïrriteerde barman, recht tegenover de kamer van de goliath.

De volgende morgen kreeg het gezelschap een uitgebreid ontbijt. Gundren was blijkbaar een zeer goede klant bij de Inn en de barman spaarde moeite nog kost voor een goed ontbijt. Varric kon het niet laten om onder het ontbijt de goliath, die aan de andere kant van de inn zat, te treiteren tot groot ongenoegen van de rest. Iedereen nam uiteindelijk na het ontbijt enkele pakketjes rantsoen mee om de dag door te komen. 

Omdat Gundren niet kwam opdagen in loop van de ochtend begon er enige bezorgdheid te ontstaan over waar hij bleef, een kort onderzoek door Gideon leverde niks nuttigs op en ook Varric zag de bomen door het bos niet. Zelfs de barman begon ongerust te worden over zijn gevestigde klant en wist nog te vertellen dat hij normaal via de Triboar Trail naar de mijnen reed.

Ze besloten dan ook om achter Gundren aan te gaan en zich naar de Triboar Trail te begeven. Een mooie kans bood zich aan toen een halfling handelaar toevallig passeerde. Bij het zicht van de vier avonturiers bood hij hen meteen een job aan als begeleiders zodat hij veilig de Triboar Trail kon nemen in plaats van een langere omweg. Hij bood hen 5GP aan om hem en zijn cargo veilig voorbij die weg te krijgen maar weer begon het te kietelen in Varric zijn vingers. Zonder medeweten van zijn mede-avonturiers begon hij door de lading van de halfling heen te gaan, een vallend object verried zijn actie en nog voor de halfling kon reageren had Gideon Varric's arm vast.
Gideon's stem kreeg een diepe intonatie en met de kracht van Tyr zelf, commandeerde hij Varric om nooit meer te stelen van hem of in zijn nabijheid. Het commando intimideerde Varric genoeg om hem permanent de lust te verliezen om door andermans zaken te gaan in het nabij zijn van Gideon. Uiteindelijk werden ze allemaal 4GP beloofd om de handelaar door Triboar Trail te krijgen.

Na een uur of drie rijden kwam de wagen aan een opzichtig gevaarlijke plek, alle haren ging rechtstaan in de nek van Gideon en dankzij zijn ervaring als soldaat waren ze meteen op hun hoede voor een overval. In de bocht naast enkele rotsformaties lag een half opengereten karkas van één van de paarden van Gundren en de volledig vernielde wagen. Vanaf het viertal rond de wagen ging staan doken vier gewapende goblins uit de struiken. Gideon, weeral geholpen door zijn ervaring als soldaat kon meteen de zwakste herkennen en spoorde Ronny aan om hem aan te vallen. De rover trok zijn rapier en beroofde in één steek de goblin van het leven. Door de schok van één van hun eigen zo vlug en gemakkelijk te zien sterven maakten de goblins meteen rechtsomkeer en spurten ervandoor. Eén goblin kon ontkomen en een andere werd meteen geraakt in zijn schouder door een pijl van Varric. Merri storte zich op de gewonde goblin en een donkere lust nam haar over, de gewonde goblin werd aan stukken gerijt door haar twee dolken. Enkel door de helende tussenkomst van Gideon kon de goblin nog net in leven gehouden worden. Een volgende vlugge pijl, afgevuurd door Ronny, immobiliseerde de laatste goblin.

Toen het duidelijk was dat er geen andere dreigingen op hen afkwamen, begonnen het viertal met de ondervraging van de twee gevangen goblins. Of het nu door de adrenaline kwam of door PTSD of door een ongevoelde donkere invloed maar de goblin die maar amper in leven was werd te stevig vastgebonden door Gideon en stikte door de strakke touwen. De laatste goblin, volledig in shock door het compleet tegenovergestelde tafereel van wat ze gewent waren bij een overval, kon initieel geen woord uitbrengen. De intimitadie van Gideon kon niet tot hem doordringen maar als bij wonder kon Varric de goblin overhalen dat het beter was dat hij alles vertelde wat hij wist over wat er gebeurt was met Gundren en Sildar (ze hadden een leren riem met de initialen van Gundren teruggevonden en sporen wezen duidelijk op een gevecht en en het wegslepen van enkele lichamen.)
De goblin begonnen meteen alle informatie te geven die ze wilden, van het sluippaadje achter de rotsformatie tot waar de goblins Gundren en Sildar hebben heen gebracht om hen gevangen te houden.

Toen de goblin was uitgepraat stond plots Gideon achter hem met een mes in zijn hand. Met één vlotte beweging werd ook het licht in de ogen van deze goblin gedoofd onder de woorden 'justice by Tyr'.
Na het nemen van nog een trofee, het hoofd van één van de goblins, vertrokken de avonturiers richting Cragmaw Den, de schuilplaats van de goblin wegrovers.

In de verte observeert een donker gedaante de vier avonturiers terwijl hij stil kakkelend zijn lippen likt.


TO BE CONTINUED